1.2 Palliatieve zorg

Palliatieve zorg is bedoeld voor patiënten die te maken hebben met een levensbedreigende aandoening of kwetsbaarheid.1 Deze zorg is erop gericht om het lijden te voorkomen en te verlichten en de kwaliteit van het leven van patiënten en hun naasten te verbeteren. Dit gebeurt door vroegtijdige signalering van problemen en een zorgvuldige beoordeling en behandeling hiervan. Daarbij gaat het zowel om fysieke en psychische problemen, als om problemen van sociale en spirituele aard. Gedurende het beloop van de ziekte of kwetsbaarheid is er bij palliatieve zorgverlening zo veel mogelijk oog voor het behoud van autonomie, toegang tot informatie en keuzemogelijkheden. 

Palliatieve zorg kan worden verleend door diverse zorgverleners in nauwe samenwerking met de patiënt, diens naasten en eventuele vrijwilligers. Multidisciplinaire samenwerking is het uitgangspunt bij palliatieve zorg. Van de behandelend arts wordt verwacht dat hij met andere zorgverleners afstemt wie welke taak uitvoert en dat helder is wie het aanspreekpunt is voor de patiënt en zijn naasten.

Heeft de behandelend arts vragen of twijfels over het palliatieve beleid, dan moet hij een deskundige collega consulteren. Ook kan hij hiervoor telefonisch te rade gaan bij een consulent uit het consultatieteam palliatieve zorg in de eigen regio. Zie voor meer informatie het Kwaliteitskader palliatieve zorg. Meer informatie over de consultatieteams staat op Palliaweb . Richtlijnen voor diagnostiek en behandeling bij palliatieve zorg zijn beschikbaar op de website van Pallialine.

Mogelijke neveneffecten van pijn- en symptoombestrijding
Palliatieve zorg is gericht op het adequaat bestrijden van het lijden van de patiënt, zoals pijn, benauwdheid, misselijkheid, angst, onrust en delier. Dit is een onderdeel van normaal medisch handelen van de arts.

Het komt soms voor dat het levenseinde van de patiënt onbedoeld bespoedigd wordt als gevolg van pijn- en symptoombestrijding. Er zijn omstandigheden waarin dit onbedoelde (neven)effect aanvaardbaar is en dus wordt geaccepteerd, omdat de situatie van de patiënt deze behandeling noodzakelijk maakt. Daarbij is het van belang dat de aard en omvang van de gebruikte doseringen kunnen worden gerechtvaardigd vanuit het oogpunt van noodzakelijke pijn- en symptoombestrijding. Maatgevend daarbij is het professionele oordeel over de keuze van het middel en de noodzaak van de gehanteerde dosering in het licht van de situatie van de individuele patiënt.

 Het doel van het handelen kan verschuiven van pijn- en symptoombestrijding naar levensbeëindiging. Levensbeëindiging mag op grond van de euthanasiewet alleen plaatsvinden na een vrijwillig en weloverwogen verzoek van de patiënt en indien sprake is van uitzichtloos en ondraaglijk lijden van de patiënt. Ook  aan alle overige eisen van deze wet moet zijn voldaan. Zie paragraaf 2.7

Palliatieve sedatie 

Onder palliatieve sedatie wordt verstaan het opzettelijk verlagen van het bewustzijn van een patiënt in de laatste levensfase.3 Het doel van palliatieve sedatie is om het lijden van de patiënt te verlichten. Het verlagen van het bewustzijn is het middel om dat doel te bereiken. Palliatieve sedatie kan intermitterend of continu plaatsvinden, waarbij continue palliatieve sedatie alleen kan worden ingezet als de levensverwachting minder dan twee weken is. 

De indicatie voor palliatieve sedatie komt voort uit het bestaan van één of meer onbehandelbare ziekteverschijnselen (refractaire symptomen), die leiden tot ondraaglijk lijden van de patiënt. Voor de indicatiestelling van palliatieve sedatie, de randvoorwaarden, het besluitvormingsproces en de uitvoering is de richtlijn Palliatieve sedatie opgesteld.

 Palliatieve sedatie die zorgvuldig en conform de richtlijn wordt toegepast, bekort het leven niet. De patiënt komt te overlijden aan de onderliggende ziekte. Hierin onderscheidt palliatieve sedatie zich van euthanasie, waarbij het doel is om het leven van de patiënt op diens verzoek te beëindigen.

Ervaringsverhalen artsen
Met palliatieve zorg kan je veel voor iemand betekenen in de laatste fase. Deze zorg geeft veel artsen daarom voldoening, maak het kan ook zwaar zijn. Verschillende artsen vertellen over hun eigen ervaringen en emoties.

1 Zie Kwaliteitskader palliatieve zorg.

Met het begrip ‘normaal medisch handelen’ wordt gedoeld op activiteiten en interventies die voortvloeien uit de professionele standaard van de arts. Het gaat om geïndiceerd handelen, met een concreet behandelingsdoel.

3 Zie richtlijn Palliatieve sedatie 


1 Zie Kwaliteitskader palliatieve zorg.

Met het begrip ‘normaal medisch handelen’ wordt gedoeld op activiteiten en interventies die voortvloeien uit de professionele standaard van de arts. Het gaat om geïndiceerd handelen, met een concreet behandelingsdoel.

3 Zie richtlijn Palliatieve sedatie 


Mogelijke neveneffecten van pijn- en symptoombestrijding
Palliatieve zorg is gericht op het adequaat bestrijden van het lijden van de patiënt, zoals pijn, benauwdheid, misselijkheid, angst, onrust en delier. Dit is een onderdeel van normaal medisch handelen van de arts.

Het komt soms voor dat het levenseinde van de patiënt onbedoeld bespoedigd wordt als gevolg van pijn- en symptoombestrijding. Er zijn omstandigheden waarin dit onbedoelde (neven)effect aanvaardbaar is en dus wordt geaccepteerd, omdat de situatie van de patiënt deze behandeling noodzakelijk maakt. Daarbij is het van belang dat de aard en omvang van de gebruikte doseringen kunnen worden gerechtvaardigd vanuit het oogpunt van noodzakelijke pijn- en symptoombestrijding. Maatgevend daarbij is het professionele oordeel over de keuze van het middel en de noodzaak van de gehanteerde dosering in het licht van de situatie van de individuele patiënt.

 Het doel van het handelen kan verschuiven van pijn- en symptoombestrijding naar levensbeëindiging. Levensbeëindiging mag op grond van de euthanasiewet alleen plaatsvinden na een vrijwillig en weloverwogen verzoek van de patiënt en indien sprake is van uitzichtloos en ondraaglijk lijden van de patiënt. Ook  aan alle overige eisen van deze wet moet zijn voldaan. Zie paragraaf 2.7

Palliatieve sedatie 

Onder palliatieve sedatie wordt verstaan het opzettelijk verlagen van het bewustzijn van een patiënt in de laatste levensfase.3 Het doel van palliatieve sedatie is om het lijden van de patiënt te verlichten. Het verlagen van het bewustzijn is het middel om dat doel te bereiken. Palliatieve sedatie kan intermitterend of continu plaatsvinden, waarbij continue palliatieve sedatie alleen kan worden ingezet als de levensverwachting minder dan twee weken is. 

De indicatie voor palliatieve sedatie komt voort uit het bestaan van één of meer onbehandelbare ziekteverschijnselen (refractaire symptomen), die leiden tot ondraaglijk lijden van de patiënt. Voor de indicatiestelling van palliatieve sedatie, de randvoorwaarden, het besluitvormingsproces en de uitvoering is de richtlijn Palliatieve sedatie opgesteld.

 Palliatieve sedatie die zorgvuldig en conform de richtlijn wordt toegepast, bekort het leven niet. De patiënt komt te overlijden aan de onderliggende ziekte. Hierin onderscheidt palliatieve sedatie zich van euthanasie, waarbij het doel is om het leven van de patiënt op diens verzoek te beëindigen.

Ervaringsverhalen artsen
Met palliatieve zorg kan je veel voor iemand betekenen in de laatste fase. Deze zorg geeft veel artsen daarom voldoening, maak het kan ook zwaar zijn. Verschillende artsen vertellen over hun eigen ervaringen en emoties.

Palliatieve zorg is bedoeld voor patiënten die te maken hebben met een levensbedreigende aandoening of kwetsbaarheid.1 Deze zorg is erop gericht om het lijden te voorkomen en te verlichten en de kwaliteit van het leven van patiënten en hun naasten te verbeteren. Dit gebeurt door vroegtijdige signalering van problemen en een zorgvuldige beoordeling en behandeling hiervan. Daarbij gaat het zowel om fysieke en psychische problemen, als om problemen van sociale en spirituele aard. Gedurende het beloop van de ziekte of kwetsbaarheid is er bij palliatieve zorgverlening zo veel mogelijk oog voor het behoud van autonomie, toegang tot informatie en keuzemogelijkheden. 

Palliatieve zorg kan worden verleend door diverse zorgverleners in nauwe samenwerking met de patiënt, diens naasten en eventuele vrijwilligers. Multidisciplinaire samenwerking is het uitgangspunt bij palliatieve zorg. Van de behandelend arts wordt verwacht dat hij met andere zorgverleners afstemt wie welke taak uitvoert en dat helder is wie het aanspreekpunt is voor de patiënt en zijn naasten.

Heeft de behandelend arts vragen of twijfels over het palliatieve beleid, dan moet hij een deskundige collega consulteren. Ook kan hij hiervoor telefonisch te rade gaan bij een consulent uit het consultatieteam palliatieve zorg in de eigen regio. Zie voor meer informatie het Kwaliteitskader palliatieve zorg. Meer informatie over de consultatieteams staat op Palliaweb . Richtlijnen voor diagnostiek en behandeling bij palliatieve zorg zijn beschikbaar op de website van Pallialine.

1.2 Palliatieve zorg